hit
counter

deur2

Elke eerste zondag
van de maand 
-
Lutherse kerk
Oudegracht 187
Alkmaar

Inschrijven nieuwsbrief

U kunt zich hier inschrijven op onze nieuwsbrief.

Jacob ladder ChagallLaatdienst zondag 1 oktober 2017
Jaarthema: wakker worden uit een droom…
Een ladder tot in de hemel… de droom van Jacob (Gen. 28,10–22)

Inleiding
Wakker worden uit een droom. het jaarthema van het 25e seizoen van de Laatdiensten. Een motto dat verschillende associaties kan oproepen, en dat was ook net de bedoeling.
Zijn dromen bedrog?, hebben dromen iets te zeggen, voorspellen ze en toekomst? Zijn dromen zalig of een nachtmerrie? Gisteren bij de gezamenlijke aftrap van Zwaan en Laatdiensten met Tjeu van den Berk, kwamen ook al deze vragen min of meer voorbij.
In ieder geval werd het mij helder dat het moeilijk is voor de moderne mens om ons symbolische bewustzijn nog te herkennen, en dat we ook het vermogen verloren hebben om over onze nachtelijke dromen te spreken of ze te overdenken.

In deze Laatdienst gaat het over de droom van Jacob uit Genesis, het eerste Bijbelboek. Jacob heeft zijn vader Izaak en z’n broer Esau samen met z’n moeder Rebekka misleid en bedrogen. Jacob moet vluchten,opnieuw dreigt een broedermoord. Maar op de grens van thuis en vreemdelingschap droomt Jacob, een droom die hem bijblijft.
Naast dit verhaal een gedicht van Joost Zwagerman, ‘Droom’ genaamd, ik wil ze met elkaar verbinden, opdat ze gaan spreken, leven.
Wat doet deze droom met u, met mij? En hoe om te gaan met die dromen?

Overweging

Droom, dromen, als je die woorden invoert bij Google op internet krijg je mee dan 8 miljoen hits, een populair thema dus. Dan maar eerst het woordenboek: daarin staat als eerste: werkzaamheid van de geest tijdens de slaap, maar ook: de verbeelding laten werken.
Er zijn veel verschillende uitdrukkingen met dromen of droom: Dat heb je zeker gedroomd, als tegenspraak van een ongeloofwaardig klinkende bewering. Of: wat sta jij daar te dromen, als aansporing om aan de gang te gaan, tot: ik kan dat boek wel dromen, zo goed zit het in het geheugen.

Eerst maar het gedicht:
Dit gedicht ‘droom’ van Joost Zwagerman behoeft wellicht wat toelichting, toch kozen we er in de voorbereiding voor om het eerst te laten klinken zonder uitleg of inleiding.

Het is een gedicht met verschillende lagen, het alledaagse vervat in bijna mystieke poëzie. De bundel ‘Wakend over God’ verscheen op de dag van zijn zelfgekozen dood. Alle gedichten gaan over geloofskwesties, schrijft Zwagerman, een letterlijke worsteling met God.
Hij groeide op in een katholiek gezin in Alkmaar, maar met zachte hand zegt hij zelf. Het was de tijd van de beatmissen in de jaren 70. Hij deed de eerste heilige communie, maar in de pubertijd keerde hij de kerk de rug toe, maar hij zette zich nooit af tegen het geloof. Het geloof was geen tegenstander, niet iets om tegen te vechten. Integendeel!
Zijn laatste gedichtenbundel is het intiemste wat hij ooit geschreven heeft.
Dit schrijft hij aan zijn uitgever: “Tien jaar geleden had ik deze gedichten niet durven of kunnen schrijven. Nu de 50 voorbij, de schaamte voorbij, d.w.z. de schaamte om in een steeds meer van God los rakende samenleving het gesprek met God aan te gaan, zonder naar zijn gunsten te dingen”.
Het gedicht ‘Droom’ laat van deze manier van geloven iets doorschemeren,
het ademt van het geheim, van dromen, van zoeken, en van voorzichtig vinden.

Dan de droom van Jacob.
Jacob trekt weg uit het land, hij heeft grenzen overschreden die hij niet overschrijden mocht. Nu zijn er grenzen die hij overschrijden moet. Jacob vlucht als een dief in de nacht.
Mijlen eenzaamheid voor de boeg, geen weg terug, vaarwel thuisland. Het is alsof daar voor Gods aangezicht geen plaats voor hem is zolang hij met zijn broeder in onmin leeft, zal hij hier ooit nog terugkeren?

De zon is ondergegaan. Nog eenmaal legt Jacob zich ter ruste op de grond van het land dat de Eeuwige aan Abraham beloofd heeft. Morgen zal hij naar Haran reizen. Jacob gaat de weg van Abraham, alleen net andersom.
Nog eenmaal legt hij zich in het land te slapen. Een steen dienst hem tot hoofdsteun. Morgen zal hij in den vreemde zijn. Alleen! Alleen??

En zie, een ladder neergesteld op de aarde, de top van de ladder raakt de hemel.
Dat is verrassend, na lange tijd komt de hemel weer in beeld. Het verhaal ging over Jacobs bedrog onder moeders regie, de verbittering van Isaak en Esaus woede,maar geen woord over de hemel.
Zie, een ladder, uit de hemel, neergesteld op aarde.
Andersom gaat ook moeilijk, je kunt geen ladder tegen de hemel zetten. In Babelland, waar Jacob naar op weg is, is dat al eens geprobeerd, een gigantische toren tot in de hemel, versteende hoogmoed, mensen die geen maat wisten, als God wilden zijn. Het liep niet goed af, je kunt geen ladder tegen de hemel zetten.

Maar de hemel kan wel een ladder op aarde zetten.
Zie, een ladder, neergesteld op aarde, de top van de ladder raakt de hemel. En zie, engelen stijgen op en dalen af.
Opstijgend dragen zij Jacobs nood omhoog, zijn schaamte, zijn schuld, zijn verdriet om wat was, zijn angst voor wat komen gaat. Afdalend dragen zij Gods vertroosting met zich mee.

God aan het woord, is het een droom?
God doet beloftes: ik ben met jou, waar je ook gaat, ik zal je behoeden!
Hier verbinden engelen hemel en aarde. Ze openen de hemel boven diegene voor wie de hemel op zijn vlucht juist bewolkt en gesloten leek. Ineens komt er ruimte, de horizon verbreedt zich, het leven krijgt opnieuw zin.

Is dat herkenbaar, het gevoel op de vlucht te zijn? Jacob vlucht voor zijn eigen schaduw.
Vlucht ik ook voor mijn schaduw, de donkere kant van mijn ik? Ik kan er niet voor wegvluchten, mijn schaduw blijft mij volgen, om mijn ziel niet te verwonden zal ik met mijn donkere kant moeten leven.

En dan is er die droom, engelen op en af, opstijgend met nood, schaamte en schuld, afdalend met Gods vertroosting, en belofte.’Ik zal je behoeden…’
Openheid, ontvankelijkheid voor die brede horizon gebeurt in een droom, in de slaap, als ik weerloos ben, ik het niet in de hand heb, niet kan sturen, dan kan het me overkomen.
Maar ik moet wel wakker worden.

Jacob ontwaakt uit zijn slaap; dus de Eeuwige was hier, op deze plaats, en ik, ik wist het niet.
Is dit het huis van God? Betel, de poort naar de hemel? Als ik innerlijk op een dood spoor zit opent de hemel en maakt mijn leven doorschijnend tot op God.
Waar niets meer te verwachten leek, treedt een engel op het toneel en toont alles in een ander licht.
De crises zonder uitweg wordt een plek om nieuwe wegen te vinden, de geestelijke weg, geen goedkope uitweg, geen sprong over eigen falen heen, het is de enige weg die echt verder voert, door de crises, door de mislukkingen heen.
En dan is de steen, die obstakel was, rustplaats, poort naar de hemel, die steen is een gedenksteen geworden, met olie overgoten, ze blijft hard, maar wordt ook verzacht…
Struikelbrokken in het leven, het worden pijlers, rustpunten, gedenkwaardige plaatsen. Mensen, engelen verbinden de hemel met de aarde, verbinden mijn ziel met God.

Bethel, huis van God. Als God mij zo tot God is, mij bewaart op mijn weg die ik te gaan heb, mij voedsel geeft en kleding en mij in vrede doet terugkeren, dan is de gedenksteen met recht een godshuis gebleken. Ik zal niet anders kunnen dan in vreugde met anderen delen van wat Gods mij zo overvloedig schonk.
Gave en opdracht, droom en daad, vrij en geborgen, verantwoordelijk en afhankelijk, ontvankelijk.

En dan lees ik opnieuw weer het gedicht, het klinkt nu anders in mijn oren,
Lees maar, luister maar: Een eeuwigheid geleden leende ik aan God mijn stem.
Is het zolang geleden, een eeuwigheid lijkt het wel, dat ik me durfde toe te vertrouwen aan God.
Mijn leven heb ik toch zelf in de hand, alles kan ik regelen, tot de dood zelfs? Wil ik dat? Of is dat te ver doorgevoerde individualiteit, zelfbeschikking? Of durf ik mij over te geven aan het leven, aan God?
‘bedeesd hul ik mij in het tomeloze zwijgen dat de Eeuwige tot aanbeveling strekt’ is de laatste zin van het gedicht.
Ik heb nog veel te denken, te bidden, te zingen, om Gods dragende kracht te durven beamen. Gelukkig mag ik blijven oefenen.

Amen.

Alkmaar, 1 oktober 2017
Gonny Loman

Volgende viering

5 november: Zien we wie we zien? Dromen hoog op de berg (Math. 17:1­ 13).
voorganger: Anne­-Francine van Gogh (em. pastor oec. basisgroep Jonge Kerk Roermond).